1925 – verkeerstuin Ambachtsschool

In december  1919 werd na lang soebatten over de financiering besloten dat in Weert een Nijverheidsschool, ook wel Ambachtsschool  genoemd,  mocht worden opgericht. De eerste steen van de school werd gelegd op 26 mei 1921. In december  1921 werd Antonius (Toon) Hootsmans (geboren te Goes 4 juni 1889 en overleden te Amsterdam op 29 oktober 1968) aangesteld als directeur. Een getalenteerde jonge man, die daarvóór leraar was aan de ambachtsschool te Rotterdam.

De officiële opening en inzegening van de school vond plaats op 11 mei 1922. Deken Haenen verrichtte de inzegening en schetste in zijn toespraak de toekomst van het opkomende arbeidersgeslacht. Hij wees erop dat naast vakkennis veel zorg besteed moest worden aan de godsdienstige en zedelijke overtuiging van de leerlingen. Aan de leerlingen vroeg hij om dankbaarheid en onderdanigheid aan het gezag.

Met het geven van lessen aan de 39 leerlingen was men reeds op 21 april 1922 gestart. Er waren twee afdelingen, namelijk hout en metaal. Directeur Hootsman werd bijgestaan door twee vakleerkrachten en twee leraren voor het lager onderwijs in deeltijdverband. Het aantal leerlingen zou in de jaren tot aan de oorlog groeien tot 115. Vergeleken met de omvang van scholen in het voorgezet onderwijs heden ten dage, was het dus maar een relatief klein schooltje.

In 1933 verhuisde Hootsmans met zijn gezin naar de Baronielaan 101 in Breda, waar hij op 9 maart 1933 was benoemd tot directeur aan de Gemeentelijke Ambachts- en Avondnijverheidsschool, als uitverkorene uit 82 (!) sollicitanten.

Verkeerstuin
Hootsmans wist zijn school in 1927 landelijk in het nieuws te brengen door het instellen van een bijzondere vorm van verkeersles. Voor het praktijkgedeelte was er namelijk achter de school een verkeerstuin aangelegd, waar met echte fietsen, motorfietsen en auto’s kon worden geoefend. Opmerkelijk is dat de jonge leerlingen al op de motorfietsen mochten rijden!

Onderstaand artikel is overgenomen uit het Twentsch Dagblad Tubantia van 16 juli 1927. Hierin wordt prachtig verwoord hoe het verkeersonderwijs was opgezet en hoe het landelijke aandacht kreeg door een bezoek van diverse hooggeplaatste heren, waaronder de toenmalige voorzitter van de ANWB, Edo Bergsma.

Verkeersonderricht op Nijverheidsscholen
Sedert een viertal jaren bezit het Limburgsche stadje Weert een nijverheidsschool (ambachtsschool), welke onder leiding staat van een jongen, energieken directeur, den heer A. Hootsmans, die zijn leerlingen, naast vakkennis, ook datgene wenscht bij te brengen, dat hun naderhand, hetzij in het dagelijksch leven, hetzij in het vak, dat zij zich gekozen hebben, van practisch nut kan zijn, waartoe hij op de school o.m. het verkeersonderricht invoerde.

Uitgaande van het standpunt, dat in den tegenwoordigen tijd met het steeds drukker wordende wegverkeer iedere weggebruiker op de hoogte dient te zijn van de verkeersregels, is in het leerplan van de school het verkeersonderricht opgenomen, dat door den directeur persoonlijk wordt gegeven en door alle leerlingen tijdens hun driejarigen leertijd gedurende een half uur per week wordt genoten. Zoowel theoretisch als practisch worden de rechten en verplichtingen der verschillende weggebruikers onderwezen en naast het hoe ook steeds het waarom behandeld. Het verkeersonderricht wordt slechts aan een klein aantal, 5 á 10, leerlingen tegelijk gegeven, waardoor het een meer individueel karakter krijgt en de leerling er meer daadwerkelijk bij wordt betrokken. De leerlingen krijgen gelegenheid het geleerde in de practijk toe te passen. Hiertoe is in een der lokalen van de school op een groote tafel een verkeersmaquette van 4,5 m lengte en 1,5 m breedte geplaatst, welke onder leiding van den directeur bijna geheel door de leerlingen zelf is vervaardigd en aan grondstoffen en benoodigde voorwerpen een uitgaaf van slechts ƒ 40 vereischte. Zoo is met eenvoudige en practische hulpmiddelen een werkelijk uitnemend stads- en plattegrondsverkeersbeeld verkregen. Om beurten krijgen de leerlingen een opdracht bij deze maquette uit te voeren, hetzij als wielrijder, voetganger, autobestuurder, motorrijder of karvoerder. Daar alle verkeersvoorwerpen verplaatsbaar zijn, kunnen steeds weer andere opstellingen worden verkregen. De leerling komt daarbij menigmaal voor ingewikkelde verkeerspuzzles te staan. Is de opdracht uitgevoerd, dan worden de overige leerlingen in de gelegenheid gesteld critiek daarop uit te oefenen. Ongeveer de helft van het aantal leerlingen wordt opgeleid tot metaalbewerker, waarvan weer een groot gedeelte tot automonteur. Dit zijn dus de toekomstige autobestuurders, en het spreekt dan ook wel vanzelf, dat juist aan de monteursklasse bijzondere aandacht wordt gewijd. Van de leerlingen dezer klasse wordt geëischt, dat zij, alvorens als motor- of autobestuurder op te treden, volkomen op de hoogte zijn van de regels van den weg en de verschillende verbodsborden, geplaatst volgens de Motor- en Rijwielwet, aan hun vorm kunnen herkennen. Wanneer de leerlingen der monteursklasse voldoende verkeerskennis hebben verkregen, wordt hun gelegenheid gegeven het geleerde in de praktijk toe te passen op een groot terrein achter de school. Dit stuk grond is herschapen in een verkeersterrein met wegen en paden, voorzien van een A.N.W.B.-wegwijzer en allerlei borden, zoodat de leerlingen, die er per motor, per auto, per fiets rijden of op andere wijze zich verplaatsen, voor allerlei verkeersmogelijkheden en -verrassingen gesteld worden, waarop zij moeten reageeren. Eerst wanneer gebleken is, dat zij in staat zijn het geleerde toe te passen, wordt den leerlingen vergund op den openbaren weg te komen.

De A.N.W.B., Toeristenbond voor Nederland, die al zoovele jaren op de bres heeft gestaan voor het bevorderen van een vrij en veilig verkeer, heeft het verkeersonderricht aan de ambachtsschool te Weert eenigen tijd met groote ingenomenheid gevolgd en daarin een aanwijzing gezien, welk een goed werk in het algemeen belang hij zou kunnen verrichten door besturen en directeuren van andere scholen van nijverheidsonderwijs op te wekken het voorbeeld van Weert te volgen. De gelegenheid daartoe bestond dezer dagen, toen de Toeristenbond eenige autoriteiten te Weert had vereenigd bij een soort theoretisch en practisch examen, dat den leerlingen werd afgenomen, en waarvoor een door den Bond ingesteld onderscheidingsteeken beschikbaar was gesteld voor degenen, die het onderricht met vrucht hadden gevolgd. Van het Dagelijksch Bestuur van den A.N.W B. waren aanwezig de heeren Edo Bergsma, mr. A. Meyjes en J.H. Slicher, terwijl verder aan de uitnoodiging gevolg hadden gegeven o.m. de heeren W. H. Cool, inspecteur van het Nijverheidsonderwijs; P.H.E. Hupperetz, voorzitter van het bestuur der Nijverheidsschool, wethouder te Weert; luit.-kol. J. Alma, divisiecommandant der Kon. Marechaussee te Maastricht; 1e luitenant M. Schreuder districts-commandant der Kon. Marechaussee te Roermond; de inspecteur van politie, de secretaris der Vrijwillige Verkeersbrigade in Limburg, enz. ‘s Morgens begon het onderzoek in één der lokalen van de school. De deelnemers aan het examen kregen eerst eenig schriftelijk werk te behandelen, bestaande in het geven van een korte beschrijving van de beteekenis der verschillende borden, volgens de Motor- en Rijwielwet. Daarna moesten zij om beurten gedurende vijf minuten een aantal vragen beantwoorden en werden zij beoordeeld aan de hand hunner verrichtingen op de verkeersmaquette. Na afloop van dit gedeelte van het examen vereenigden het Dagelijksch Bestuur van den A.N.W.B. en een twintigtal genoodigden zich in het Bondshotel „De. Engel” aan een déjeuner, aangeboden door den Toeristenbond. De heer Bergsma wees er in een rede op, dat het bestuur van den A.N.W. B. het initiatief op de Weertsche school niet alleen toejuicht en bewondert, maar ook zoo gaarne tot voorbeeld zag gesteld voor alle dergelijke scholen in den lande. Na het déjeuner volgde in het verkeerspark van de school, onder leiding van den directeur, een verkeersdemonstratie, waaraan alle leerlingen der school deelnamen. Hier heeft men kunnen zien, welk een gunstige resultaten het onderricht had opgeleverd. Bij de prijsuitreiking voerde de heer Edo Bergsma het woord; hij herhaalde hoezeer de A.N.W.B. op prijs stelt, dat Weert het initiatief heeft genomen voor dit onderricht. Met toestemming der betrokken autoriteiten wil de A.N.W.B. aan allen, die aan de gestelde eischen voldeden, een zichtbaar teeken overhandigen (een keurig knoopsgat-insigne met opschrift „Veilig Verkeer”). Spreker sprak de hoop uit, dat de jongens het met voldoening zullen dragen en het een aanbeveling moge zijn, wanneer zij zich een plaats aan den disch des levens willen verzekeren. Het moge dan als een goed getuigschrift dienen. De leerlingen werden beurtelings voorgeroepen en ontvingen het insigne. Bovendien werden eenige extra prijzen uitgereikt in den vorm van technische boekwerken en het Bondsgedenkboek, terwijl een belangstellend Weertenaar drie horloges als eereprijzen aanbood. De heer Hootsmans heeft tenslotte een rede gehouden, waarin hij o.m. zijn genoegen erover uitsprak, dat zooveel Weertenaren de demonstratie waren komen bijwonen. Zijn trots over het begonnen werk op verkeersgebied zal zijn, wanneer het elders zal worden nagevolgd. De heer Hupperetsz dankte den A.N.W.B. voor de wijze, waarop hij zich ervoor gespannen heeft dezen dag te doen slagen en het plan om nu ook verder de hand aan den ploeg te slaan.