Wapen Bart MaesWEERT IS
VERANDERD
Terug naar het archief

1466–1477 · Biest

Kasteel Nijenborgh en de memorietafel van Johanna van Meurs

Kasteel Nijenborgh ("nieuwe burcht") werd gebouwd voor graaf Jacob I van Horne en zijn vrouw Johanna van Meurs, vermoedelijk gefinancierd door haar vader. Eerder woonden de heren van Horne op de Aldenborgh aan de Biest. Tegen de noordelijke stadswal verrees een nieuw kasteel met een voorburcht en een hoofdburcht, met vierkante en ronde hoektorens. Het was woning en tegelijk onderdeel van de stadsverdediging. In 1432 was de bouw al ver gevorderd; Jacob I liet het werk vanaf 1455 hervatten en in 1461 was het kasteel klaar. Datzelfde jaar ging de oude Aldenborgh naar de minderbroeders, zoals Johanna had gewild. Zij overleed in 1461.

In 1487 werd Weert verpand aan de Van Meurs. Een belegering in 1494 mislukte; pas na betaling in 1495 kwam het kasteel terug. Bij de herovering van Weert op de Fransen in 1702 werd de Nijenborgh verwoest en daarna maar voor een klein deel hersteld. In 1841 bouwde burgemeester Beerenbroek een herenhuis op de fundamenten van de zuidtoren. Vandaag resten delen van de hoektorens en van de poort van de voorburcht. Het complex aan de Biest 1 is sinds 1967 rijksmonument en sinds 2020 is de voorhof eigendom van de gemeente. Het kasteel is sinds 1923 eigendom van de familie Scheijmans.

De memorietafel uit 1466–1477

Tussen 1466 en 1477 werd een memorietafel gemaakt ter nagedachtenis aan Johanna van Meurs, die in 1461 was overleden. Het paneel kwam boven haar graf in Nunhem. Daarop staan Johanna, haar echtgenoot Jacob van Horne en hun kinderen rond een Madonna. Op de achtergrond zijn kasteel Horn en kasteel Nijenborgh weergegeven. Het is de oudste bekende afbeelding van de Nijenborgh.

Het paneel, ongeveer 87 bij 94 centimeter groot, ging in de Tweede Wereldoorlog in Berlijn verloren. De kastelen vormen maar een klein onderdeel van het tafereel. Dat maakt voorzichtigheid nodig bij het uitleggen van de details op de bewaard gebleven foto’s.

Voorburcht of Aldenborgh?

Over de bebouwing rechts van de hoofdburcht verschilden onderzoekers lange tijd van mening. Van Hövell tot Westerflier zag hierin de oudere Aldenborgh, die op verzoek van Johanna van Meurs tot klooster was omgevormd. Andere auteurs herkenden juist de voorburcht van Nijenborgh.

Rob Gruben komt in zijn analyse van topografische afbeeldingen tot de conclusie dat hier wel degelijk de oudste fase van de voorburcht van Nijenborgh is afgebeeld. Het archeologisch en bouwhistorisch onderzoek uit 2021–2022 levert daarvoor nieuwe aanknopingspunten. De afgebeelde poorttoren is namelijk niet dezelfde als de poortruïne die we tegenwoordig kennen.

Een verdwenen poorttoren en een houten brug

De memorietafel toont een opvallend hoge poorttoren met een zadeldak tussen trapgevels en een kleine dakkapel. De bovenbouw kraagt uit. Volgens Gruben kan deze bovenbouw uit vakwerk hebben bestaan, maar dat blijft een interpretatie van het beeld. De vermoedelijk rechthoekige grondvorm sluit aan bij de opgravingsgegevens van het oudere poortgebouw.

Deze eerste poorttoren zal omstreeks 1455 zijn voltooid, mogelijk iets eerder, en tot ongeveer 1535 hebben bestaan. Rechts ervan lijkt een weermuur met een trapgevel aan te sluiten op een haakse, lage woonvleugel. Van die veronderstelde vleugel zijn bij de opgraving geen sporen gevonden. Mogelijk verdwenen de ondiepe fundamenten bij latere werkzaamheden.

Links van het poortgebouw is een houten brug naar de hoofdburcht te zien, met aan de zijde van de voorburcht een kleine stenen poort. Volgens Gruben komt dit overeen met de opgravingsresultaten van 2021–2022. Hoe het brugmechanisme precies werkte, is op zo’n klein geschilderd detail niet met zekerheid vast te stellen.

De huidige poortruïne is jonger

Het bouwhistorisch onderzoek dateert de huidige voorburchtpoort tussen 1533 en 1538, op basis van jaarringenonderzoek van hout. Die poort behoort daarmee tot een tweede bouwfase. De memorietafel uit 1466–1477 laat haar voorganger zien.

Gruben veronderstelt dat het tweede poortgebouw na circa 1700 geleidelijk in verval raakte door achterstallig onderhoud en hergebruik van bouwmateriaal. Het overgebleven deel is in 2022–2023 geconsolideerd en maakt nu deel uit van het stadspark.

Origineel, restauratie en reconstructie

Bij dit verhaal staan het oorspronkelijke fotografische detail, een digitale zwart-witrestauratie en een kleurreconstructie met AI. De bewerkte beelden helpen om de voorstelling te bekijken, maar vormen geen zelfstandig historisch bewijs. AI kan details toevoegen of veranderen. De kleuren, het water, de precieze uitvoering van de brug en het aangevulde, oorspronkelijk afgedekte gedeelte mogen daarom niet als vaststaande historische gegevens worden gelezen.

Bron bij de analyse van de voorburcht: Rob Gruben, “De poortruïne van de Weertse Nijenborgh: een analyse op basis van topografische afbeeldingen”.

Bron: Gemeentearchief Weert (GAW), 4730

Zwart-witrestauratie: Hetzelfde detail, digitaal gerestaureerd met AI. Sommige details zijn scherper weergegeven dan in het origineel.AI-bewerking: Weert is Veranderd | Bart Maes
Kleurversie: AI-reconstructie op basis van de memorietafel. Kleuren, water, brug en het afgedekte deel zijn verbeelding, geen historische bron.AI-bewerking: Weert is Veranderd | Bart Maes

Gepubliceerd op 22 oktober 2026

Bekijk het oorspronkelijke artikel
Bronnen bij dit verhaal

Deel het verhaal

Kent u iemand die dit herkent?