Wapen Bart MaesWEERT IS
VERANDERD
Terug naar het archief
weertisveranderd.nl

1568 · Biest

Honderd gulden voor de armen van Weert

Op 4 juni 1568 zette Philips de Montmorency zijn laatste wil op papier. Hij was graaf van Horne en dus ook heer van Weert. De volgende ochtend werd hij samen met Egmond in Brussel onthoofd. Voor Weert is het testament om een andere reden interessant: de graaf dacht in zijn laatste uren aan zijn stad.

Een wil van de avond voor zijn dood

Het vonnis was de avond ervoor aan beide graven bekendgemaakt. Horne nam het niet gelaten op. Pas na enige tijd begon hij aan de voorbereiding op zijn einde. Het testament is kort en zakelijk. Hij beveelt zijn ziel aan God, aan de maagd Maria en aan alle heiligen. Hij vraagt zijn moeder om vergeving omdat hij zijn goederen onnut heeft verdaan. Zijn echtgenote vraagt hij vergiffenis omdat hij zo lang van haar afwezig was. Zijn barbier en zijn butler krijgen elk driehonderd gulden voor hun trouwe dienst. Een horloge laat hij na aan Anthonis d'Avila. Zijn broer, de heer van Montigny, wordt zijn erfgenaam. Ook denkt hij aan zijn schuldeisers: onder hen een aantal Spaanse kapiteins en soldaten die hij nog vijftig dukaten schuldig is.

Het codicil en de gift aan Weert

Aan het testament werd een codicil toegevoegd. Daarin bepaalt Horne dat het klooster van de Minderbroeders in Weert honderd Rijnsgulden krijgt. De broeders moesten daarvoor bidden en missen opdragen voor zijn zielenheil. De armen binnen Weert kregen honderd kronen of tweehonderd gulden. Ook Brusselse kloosters werden bedacht. De pastoor van de kapel zou het geld uitkeren. Opvallend is dat de graaf Weert noemt vóór hij aan de Brusselse kloosters toekomt.

Katholiek gestorven of niet?

Lang was onduidelijk of Horne als katholiek was gestorven. Het testament bleef eeuwenlang onbekend. Pas in 1856 kwam het aan het licht. Jhr. mr. de Jonge, ambtenaar aan het Rijksarchief, vond een kopie bij het opruimen van de zogenoemde Loketkas Holland. Hij liet het afdrukken in het Nederlandsch Rijks-Archief. Zijn conclusie: Horne was als goed katholiek gestorven.

Tegelijk opperde De Jonge een vermoeden. Het codicil zou onder druk zijn ontstaan. Het kwam kort na het testament. Er traden drie nieuwe getuigen op: de pastoor en twee Spanjaarden uit het gevolg van Toledo. Het zou alleen ter ondertekening zijn aangeboden.

De schrijver in De Katholiek trok dat fel in twijfel. Zijn argumenten waren nuchter. Horne had zijn geloof al beleden in de aanhef van het testament. Wat zou de regering met dwang hebben bereikt? De graaf was nooit anders dan katholiek geweest. Een veinzer was hij niet. Waarom zou iemand die één schrede van de dood stond nog toegeven aan een pastoor? En waarom zou hij dan wel de kloosters in Weert zo ruim bedenken? Bewijzen voor dwang ontbraken. Gissen was volgens hem niet genoeg.

Wat dit voor Weert betekent

Wie het testament leest ziet een man die in zijn laatste uren zijn zaken regelt. Hij denkt aan personeel en familie. Hij denkt ook aan de armen en het klooster in Weert. Of het geld ooit is uitbetaald weten we niet. Het testament zelf bestaat nog.

Bron: De Katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift, deel XXX, 's-Gravenhage 1856, blz. 239–259.

Foto: Collectie Philippe de Montmorency

Gepubliceerd op 12 oktober 2026

Deel het verhaal

Kent u iemand die dit herkent?