Vanaf 1902 · Stationsstraat
Het Concertgebouw Jan van Weert
Auteur: Bart Maes
Een toneelgordijn uit Luik, honderden nieuwe stoelen en petroleumverlichting die de zaal in een zee van licht zette. In september 1902 keek Weert vol verwachting uit naar de opening van het Concertgebouw. De krantenberichten uit dat jaar vertellen hoe een wens van de Weerter Jongelieden Sociëteit in enkele maanden uitgroeide tot een nieuwe ontmoetingsplek voor de stad.
Op 13 september 1902 was het bijna zover. Schilders, decorateurs, stukadoors en timmerlieden legden de laatste hand aan het nieuwe Concertgebouw. Het grote toneelgordijn was die week door een firma uit Luik aangebracht. Het maakte, zo schreef Het Kanton Weert, vooral bij avond een prachtig effect.
Ook de stoelen en banken stonden inmiddels klaar. Tijdens een proef met de petroleumverlichting bleek hoe indrukwekkend de nieuwe zaal kon worden verlicht: er viel „een zee van licht” op het toneel en in de zaal. De akoestiek was eveneens beproefd en had boven verwachting voldaan.
Het zijn kleine bijzonderheden, maar ze brengen de opwinding van die septemberdagen dichtbij. Weert kreeg een zaal waar muziek, toneel, feesten en vergaderingen een eigen plaats konden vinden.
Een plan van de Jongelieden Sociëteit
Het initiatief kwam van de Weerter Jongelieden Sociëteit. Op 18 januari 1902 meldde de krant dat de vereniging tot de bouw van een Concertgebouw had besloten. Tijdens de vergadering hadden de aanwezige leden samen al 5.500 gulden bijeengebracht.
Er lag een ontwerp van G. Baeten voor een zaal van twintig bij tien meter, met overdekte gangen, een overdekt voorportaal en een woning met café aan de straat voor een kastelein. Als bouwplaats koos men een tuin op den Dries, naast het huis van Smulders.
De sociëteit besloot het terrein, ongeveer dertig vierkante roeden groot, voor veertig gulden per roede aan te kopen. Voorlopig zou het gebouw zonder kasteleinswoning worden uitgevoerd.
De krant begroette het initiatief enthousiast. Voor concerten, vergaderingen en andere bijeenkomsten was in Weert vaak geen geschikte ruimte te vinden. Het nieuwe gebouw moest daarin verandering brengen.
Vijfhonderd stoelen en zeshonderd bierglazen
In april volgde de aankondiging van de openbare aanbesteding. Op dinsdag 29 april konden aannemers bij de weduwe Baeten inschrijven op de bouw, inclusief de benodigde materialen. Het gebouw moest half september worden opgeleverd, zodat het vóór de najaarskermis feestelijk kon worden geopend.
Terwijl de bouw vorderde, werd ook de inrichting geregeld. In juli vroeg de Naamlooze Vennootschap tot Exploitatie van het Concertgebouw offertes voor ongeveer vijfhonderd gewone stoelen, zeshonderd bierglazen, twaalf tafels en vierentwintig lampen: twaalf hanglampen en twaalf muurlampen met reflectoren.
Die boodschappenlijst laat mooi zien wat de initiatiefnemers voor ogen stond. Hier moest worden geluisterd en gekeken, maar ook gepraat, gedronken en feestgevierd. Tegelijkertijd werd een zetbaas gezocht die de dagelijkse exploitatie op zich kon nemen.
Even binnenkijken
Het aardigste inkijkje geeft het bericht van 13 september. Niet alleen de werklieden waren druk bezig; ook belangstellenden kwamen de nieuwe zaal bekijken. Volgens de krant sprak iedereen die binnenkeek er met waardering en bewondering over.
De schrijver kende het gebouw zelf al goed:
„Ook ons, die reeds meerdere malen het gebouw bezochten, staat het zeer goed aan.”
Hij noemde het een grote aanwinst voor de gemeente: een doelmatige ruimte, gunstig gelegen in de bebouwde kom, waar voortaan feesten en vergaderingen konden worden gehouden.
Ondertussen werd de algemene repetitie voorbereid voor de openingsavond. Harmonie St. Antonius, liedertafel Cercle Ste Cécile en de Weerter Tooneelvereeniging zouden gezamenlijk het programma verzorgen. De krant riep de Weertenaren op hun belangstelling te tonen door bij de opening aanwezig te zijn.
Een onderneming van Weertenaren
Achter het Concertgebouw stond een groep plaatselijke ondernemers. De in september gepubliceerde statuten noemen als oprichters Mathieu Kneepkens, Leonardus Kneepkens, Joseph Smeets, Piet Clercx en Henri van de Laar.
Het maatschappelijk kapitaal bedroeg twaalfduizend gulden, verdeeld in 120 aandelen van honderd gulden. Joseph Smeets werd voorlopig directeur; Mathieu Kneepkens en Frans van de Laar commissarissen.
Het doel van de vennootschap was de exploitatie van een concertgebouw met hotel en café. Het culturele initiatief kreeg daarmee ook een zakelijke basis.
„Het Concertgebouw is er!”
Op zondagavond 21 september 1902, om acht uur, vond de officiële opening plaats. In het verslag van 27 september beschreef Het Kanton Weert hoe een uitgelezen gezelschap van dames en heren de feestelijke soiree bijwoonde.
Emmanuel Smeets jr., voorzitter van de Weerter Jongelieden Sociëteit, sprak de openingsrede uit. Zijn woorden vatten de trots van de initiatiefnemers samen:
„Het Concertgebouw is er!”
Een lang gekoesterde wens was vervuld. Smeets zag een toekomst voor zich met muziek en toneel, ontspanning en kunst, maar ook lezingen, vergaderingen en bijeenkomsten van verenigingen. De zaal moest bovendien ruimte bieden aan initiatieven voor nijverheid, handel en bedrijfsleven.
Na de opening speelde de harmonie Wien Neerlands bloed, dat door de aanwezigen staande werd aangehoord. Daarna volgde een afwisselend programma met koorzang, muziek, komische voordrachten en een klucht.
Een plaats op de eerste rang kostte zestig cent; op de tweede rang veertig cent. Voor tien cent extra kon een plaats worden gereserveerd.
Meteen volop leven
Een week later stond de najaarskermis voor de deur. Het Concertgebouw kondigde vier avondvoorstellingen aan van het variété- en operettegezelschap van Henri ter Hall uit Amsterdam, plus twee kindervoorstellingen.
Ook daarna bleef het aanbod breed. In februari 1903 stond het blijspel Janus Tulp op het programma, afgewisseld met zang, voordrachten en optredens van gymnastiek- en schermclub Jan van Weert. In mei werd de zaal aangeboden voor bruiloften, feesten en partijen. Een piano was beschikbaar.
Zo kreeg het plan van de Jongelieden Sociëteit al snel een plaats in het dagelijks leven van Weert. De zee van licht waarover de krant op 13 september zo enthousiast schreef, verlichtte voortaan een podium voor de hele stad.
Van Concertgebouw tot Hotel Jan van Weert
Het in 1902 door de Weerter Jongelieden Sociëteit opgerichte Concertgebouw kreeg later ook andere functies. Van 1918 tot 1934 was in het pand tevens het postkantoor gevestigd.
In de nacht van 10 op 11 mei 1940 brandde het gebouw grotendeels af. Nederlandse militairen hadden de brand veroorzaakt om de telefooninstallatie die er was ondergebracht te vernietigen. Na de herbouw werd het gebruik als Hotel Jan van Weert voortgezet. Die hotelnaam bestond al vóór de oorlog: het LGOG vermeldt een diner in Hotel Jan van Weert op 6 september 1937.
Het voormalige hotel staat op een rechthoekig grondvlak en wordt afgedekt door een kap. De architectuur vertoont Jugendstil-invloeden. De symmetrische voorgevel is opgetrokken in witte baksteen in kruisverband. Aan weerszijden staan hoger opgetrokken geveldelen, begrensd door pilasters. Het middengedeelte eindigt in een gelijste bakgoot op bewerkte consoles.
Zo vertelt het pand meerdere hoofdstukken uit de Weerter geschiedenis: van concertzaal en ontmoetingsplek tot postkantoor, oorlogsbrand en hotel.
Bron: Het Kanton Weert, januari 1902–mei 1903, met in het bijzonder de berichten van 13 en 27 september 1902.
AI-restauratie: Weert is Veranderd | Bart Maes
Gepubliceerd op 4 november 2026
Bronnen bij dit verhaal
- Het Kanton Weert, januari 1902–mei 1903, in het bijzonder de berichten van 13 en 27 september 1902.
- Koninklijke LGOG, Verslag feestelijk diner 80-jarig bestaan Kring Weert; vermeldt het diner in Hotel Jan van Weert op 6 september 1937.



