Wapen Bart MaesWEERT IS
VERANDERD
Terug naar het archief
weertisveranderd.nl

2017 · Maasstraat

De verdwenen abdij Maria-Wijngaard: van begijnen tot verborgen kerkfundamenten

In de Maasstraat in Weert ontstond omstreeks 1442 een religieuze gemeenschap die uitgroeide tot de abdij Maria-Wijngaard. De graven van Horne speelden een belangrijke rol in haar geschiedenis. In 1525 werd de eerste steen gelegd voor een kloosterkerk achter de Sint-Martinuskerk. De kerk werd in 1836 afgebroken. Een radaronderzoek uit 2017 bracht de vermoedelijke fundamenten opnieuw in beeld.

Drie vrouwen aan de basis van Maria-Wijngaard

In 1441 verleende graaf Jacob I van Horne enkele religieuze vrouwen toestemming om zich in Weert te vestigen. Omstreeks 1442 ontstond in de Maasstraat een gemeenschap die zou uitgroeien tot de abdij Maria-Wijngaard. Volgens de overlevering waren drie jonge vrouwen, vermoedelijk begijnen, de eerste bewoners.

Begijnen waren religieus levende vrouwen die geen formele kloostergeloften aflegden. Zij konden zelfstandig wonen, bij familie verblijven of in gemeenschappen samenleven. De Weerter gemeenschap groeide snel. Al in 1446 beperkte graaf Jacob de uitbreiding tot maximaal zestig vrouwen. Ook mochten zij geen extra grond in de stad verwerven: de groei van het klooster belemmerde volgens de graaf de verdere ontwikkeling van Weert.

In 1450 sloten de vrouwen zich aan bij de orde van de heilige Augustinus. Zij leefden voortaan als augustijner koorvrouwen, ook wel reguliere kanunnikessen genoemd.

Een nieuwe kerk van de graven van Horne

In 1525 legde graaf Jacob III van Horne de eerste steen voor een grote nieuwe kloosterkerk, achter de Sint-Martinuskerk. Daarmee kreeg Maria-Wijngaard een nadrukkelijke plaats in het religieuze hart van Weert.

De adellijke familie was ook persoonlijk verbonden met de abdij. Amalia van Horne, een zus van Jacob III en Jan van Horne, trad in 1507 toe en werd later priorin. Zij overleed in 1562. Philips van Montmorency, de latere graaf van Horne die in 1568 in Brussel werd onthoofd, was de stiefzoon van Jan van Horne.

Van klooster tot woonhuizen

Tijdens de Franse overheersing werd Maria-Wijngaard in 1797 opgeheven. De kloosterlingen moesten vertrekken en het complex werd verkocht. Antoon Remmen en Maria Catharina van Es maakten van de voormalige abdijgebouwen vijf woonhuizen. De stadsboerderij aan de rechterzijde werd gekocht en bewoond door de familie Frencken.

De voormalige kloosterkerk verloor haar functie en raakte in verval. In 1836 liet de familie Remmen-Van Es de bouwvallige stiftkerk afbreken. Een kerk die ruim drie eeuwen achter de Sint-Martinuskerk had gestaan, verdween uit het stadsbeeld.

Onder de grond opnieuw zichtbaar

Op 13 juni 2017 onderzocht GEO Professionals Nederland in opdracht van historische vereniging De Aldenborgh het terrein van het voormalige gastenhuis van de zusters Birgittinessen. Onderzoeker Bas Verbeek gebruikte daarvoor een erfgoedradar: een meetmethode die afwijkingen onder de grond zichtbaar maakt zonder te graven.

Op een diepte van circa 85 tot 130 centimeter tekenden zich in de zuidwestelijke hoek van het terrein structuren af. Toen deze werden vergeleken met historische kaarten, waaronder de kadastrale kaart uit 1811, bleken zij overeen te komen met de vermoedelijke ligging van de verdwenen kloosterkerk Maria-Wijngaard.

De onderzoekers concludeerden voorzichtig dat nog een gedeelte van de kerkfundamenten in de bodem aanwezig kan zijn. Ook een bestaande muur zou mogelijk onderdeel zijn geweest van het oude kerkgebouw. Dat is echter niet vastgesteld.

Geen herkenbare graven, wel oude sporen

Het radaronderzoek bracht op het onderzochte terrein geen herkenbare graven aan het licht. Eén afwijkend spoor leek verband te houden met de kerk, maar de aard ervan kon niet worden bepaald.

Daarnaast waren een waterleiding en mogelijke oude paden, greppels of perceelscheidingen zichtbaar. De bovenste circa 60 tot 85 centimeter van de bodem bleek plaatselijk verstoord, vermoedelijk door grondbewerking en graafwerkzaamheden.

De verdwenen kerk leeft voort

De erfgoedradar levert geen definitief archeologisch bewijs. Om vast te stellen of de structuren werkelijk funderingen van de kloosterkerk zijn, is aanvullend archeologisch onderzoek nodig. Maar de overeenkomst met historische kaarten maakt de ontdekking betekenisvol.

De religieuze gemeenschap ontstond omstreeks 1442, kreeg in 1525 een nieuwe kerk, werd in 1797 opgeheven en verloor in 1836 haar kerkgebouw. Bijna twee eeuwen later lijkt een deel van dat verdwenen verleden nog onder de grond aanwezig. Maria-Wijngaard verdween uit het zicht, maar niet uit de geschiedenis van Weert.

Bron: Bas Verbeek, GEO Professionals Nederland, Erfgoedradaronderzoek Gastenhuis zusters Birgittinessen Weert, conceptrapport BVE-WEE-29-06-2017 (29 juni 2017), in opdracht van De Aldenborgh. De aanvullende historische gegevens over de abdij en de familie Van Horne zijn aangeleverd voor dit artikel en niet zelfstandig geverifieerd.

Bron: GEO Professionals Nederland / De Aldenborgh

weertisveranderd.nl
Erfgoedradarmeting op een luchtfoto van het terrein. De rode cirkel markeert het gebied met mogelijke resten van de kloosterkerk.Bron: GEO Professionals Nederland / De Aldenborgh

Gepubliceerd op 13 oktober 2026

Deel het verhaal

Kent u iemand die dit herkent?