2017 · Weert
5 mei 1414: Naar de markt
De heer van Weert, Willem van Horn, verleent op 5 mei 1414 de Weertenaren het marktrecht. In de betreffende akte wordt Weert 'stadt' genoemd. Met dit voorrecht kreeg Weert het recht om drie jaarmarkten en elke week een markt op zaterdag te houden. De schepenen kregen de bevoegdheid geschillen over marktzaken zelf af te handelen, zonder dat beroep mogelijk was op een hogere rechtbank. Door het marktrecht kreeg de Weerter gemeenschap steeds meer het karakter van een stad. De verlening van het marktrecht kenmerkte een belangrijke fase in de ontwikkeling van Weert tot toonaangevend handelscentrum in de regio.
Bekijk het origineel in de tentoonstelling 'Weert Jubileert'
Transcriptie van "Previlegie vanden merckrecht gegeven van heer Wilm van Hoerne"
Regel
Wijr Willem heere tot hoerne van Altenae ende van Cortherschem doen te weeten allen luijden, die diesen brieff sullen
sien oft hoeren lesen, dat wer aengesien hebben oirbair ende nutheijt onser landen ende sunderlinghe onsser Stadt
van Weert unde omdat ons onredelijck ende teghen Godt dunckt wesen datmen des Soendaechs, ende op andere
hoege heijlige daeghen Merckt helt ende coupt ende vercoupt, alsmen goide aenroe-pen ende dienen soude soo
hebben wer gegeven onsser Stadt van Weert voirs. drij Jairmerckden des Jairs datz te weeten eenen op
Sinte Bonifacius daechs die es des vijfden daichs in braemaent (= braecmaent, = juni), eenen op Sinte Jans daich
Baptisten dat
hij onthoifft wairt ende eenen op Sinte Barben daich der Jonckvrouwen alle Jair op elcken van diesen drien
daeghen te halden ende alle weken eenen weeckmerckt te halden op alle Saterdaich die int
Jair compt, Ende gheven allenden gheenen die diese voors. merckden, Jair merckden ende Weeckmerckden
versuecken sullen oft tot Weert commen sullen op diese voirs. mercktdaighe goet vast seker geleijde te
commen ende te keeren van alle saecken sonder die weder ons oft onsser heerlicheijt gedaen hebben,
ende alle saeken die ghevallen sullen dat sij van schulden offte van kive inden merckt oft op eenen
mercktdaich salmen onvertoeghen richten op dien mercktdaich oft op eenen andere mercktdach.
Voirt soo gheven wer voor ons ende onsse Naecomelinghe onsser Stadt van Weert voors. tot
ewighen daighen erffelijck ende ewelick gheduerende alle die assijse diesij gesat hebben offte setten
zullen op alle goit datmen tot Weert coupen oft vercoupen sall, dairmen in anderen steden, ende dorpen
assize aff plecht te gheven inder stadt behoiff die te oirbaeren ende te keeren bij raede unsser. Onsser
Amptluijde, onser Scepen ende Burghemeisters der voors. stadt van Weert dair sijs beste toe
behoeven sullen om mede die straeten ende bruggen te halden hoen mede te vesten poirten ende sloete
mede te maken ende tot anderen saeken die den lande nut wesen sullen. Ende dair aff sullen zij des
Jairs tot eenre tijt ons offte onsse Amptluijden rekeninghe ende bewijs aff doen, wair die voors.
assijze aengekeert zullen weerden oft zijn Ende die voirs. assijze teminderen ende te meerderen bij
raide onsser oft onsser Amptluijde onsser Scepen ende Burgemeisters vooirs. alsoe dicke ende
mennichwerff alst ons ende hoen nut ende oirbair sal duncken ende des lantz profijt wesen sal behelt-
lick ons [,] onsser heerlicheijt ende recht ende onsser naecomelinghen. Ende omdat wer willen dat
dat dese voors. saeken vast ende stedich blijven zullen soo hebben wer onsser groeten zegel onderaen
desen brieff doen hanghen. Gegeven int Jair ons heeren geboirte doenmen schreef duijsent vierhondert-
ende veertheen op den vijffden daich in Meij.
Foto: Collectie Weertisveranderd
Gepubliceerd op 5 mei 2017



