1948 · Lozerweg, Industriekade, Zuid-Willemsvaart
Steenfabriek Lempens
Lichte stenen voor zware jaren
Vlak na de oorlog begon Th. Lempens op een oud legerterrein aan de rand van Weert met iets wat het Land van Weert nog niet kende: de fabricage van zeer lichte bouwstenen. Uit dat bescheiden begin groeide in nog geen tien jaar een moderne fabriek, die haar ‘steentje’ bijdroeg aan het lenigen van de woningnood.
Begonnen in een voormalig kamp
Omstreeks 1948 kocht aannemer Th. Lempens een stuk domeingrond bij sluis 16 van de Zuid-Willemsvaart: het voormalige Kamp Sluis 16. Op die werf zette hij een nieuwe bedrijvigheid op. In de zomer van 1951 berichtte het Kanton Weert erover. Lempens maakte er sinds enige tijd zeer lichte stenen, vervaardigd uit steenkoolsintels en houtafval, vermengd met cement. Voorlopig alleen in de gewone kleine vorm, al werd al gedacht aan grotere blokken.
Om zeker te zijn van een goed product werd eerst op voorraad gewerkt. Pas daarna ging de ondernemer over tot verkoop. De krant tekende er nadrukkelijk bij aan dat het maken van lichte stenen op deze manier in het Land van Weert tot dan toe niet voorkwam.
Licht, groot en zuinig
Het assortiment groeide snel. De Weerter Lichte Bouwsteen-Industrie leverde lichte bouwstenen, vervaardigd uit sintel en hollith, al dan niet met een houtvezeltoeslag. Daarnaast kwamen er holblokken, geschikt voor schuren, kippenhokken, varkensstallen en scheidingsmuren. Die blokken waren volgens het bedrijf jarenlang op hun deugdelijkheid beproefd en werden dan ook ten volle gegarandeerd.
De aantrekkingskracht zat in de combinatie van eigenschappen. Door de grote afmetingen, het lichte gewicht en het geringe speciegebruik leverden de stenen een flinke besparing op arbeidsloon op. Bovendien konden ook ongeschoolde krachten er gemakkelijk mee overweg — in de krappe naoorlogse jaren geen onbelangrijk argument. De standaardmaten liepen van 5,5 × 12,5 × 25 cm tot 21 × 21 × 54 cm. Afwijkende maten werden op bestelling uitgevoerd.
Al gauw bleef het niet bij bouwstenen alleen. Lempens maakte ook aanrechten in iedere gewenste vorm, afmeting en kleur, compleet met deurdorpels, neuten en vensterbanken. Er kwamen brievenbussen in zandsteen of graniet, gefrijnd of gebouchardeerd. En er waren bloem-urnen uit hollith, zandsteen en beton, die een apart cachet aan de tuin gaven en graag werden gebruikt voor tuinaanleg en gemeentelijke beplantingen.
Van Industriekade tot Venlo
Het kantoor stond aan de Industriekade 5, de werkplaatsen en magazijnen aan de Lozerweg 5. Het afzetgebied reikte inmiddels ver buiten de stad. Een reclameplaat toonde een kaart met leveringen tot in Eindhoven, Geldrop, Someren, Helmond en Deurne in het westen en Venlo en Roermond in het oosten. Op de droogplaats aan de Oude Lozerweg lagen de verse stenen in lange rijen in de buitenlucht, met een eenvoudig transportsysteem dat het werk verlichtte.
Exposeren op Welvarend Weert
In 1953 liet het bedrijf zich van zijn beste kant zien. Lempens was deelnemer aan de tentoonstelling Welvarend Weert en adverteerde trots: ‘Wij exposeren op Welvarend Weert.’ De stand werd samen met Timmerbedrijf Stribos ingericht. Op de foto's zien we een verzorgd geheel, met een gemetselde bank en schouw, een stenen bol, plantenbakken en houten deuren en ramen. Bouwmateriaal en timmerwerk in één beeld.
Een moderne fabriek voor de woningbouw
Het sluitstuk kwam in 1956. Aan de Lozerweg, nabij sluis XVI, verrees een nieuw fabriekspand: een monumentaal en modern uitgerust gebouw, bedoeld als uitbreiding van de bestaande werkplaatsen. De productie van betonelementen was daar al begonnen.
De belangrijkste artikelen bleven lichte bouwstenen, holle blokken en betonsteen. De grondstoffen waren cement, hollite (een product uit afval van de staatsmijnen), sintels van de Kempensche Zinkmij te Budel, maaszand en gebroken grint. Verder maakte men betonnen dorpels en sierstukken uit trilbeton, en aanrechten, dorpels en douchebakken in velerlei vormen en kleuren.
Het grote verschil zat in de continuïteit. Waar de productie voorheen vooral seizoenwerk was, was de nieuwe hal speciaal gebouwd om onder alle weersomstandigheden door te kunnen werken. Dat het bedrijf zo zijn steentje bijdroeg aan het lenigen van de woningnood, hoefde in die jaren geen betoog. Nog vóór de winter zouden aan de achterzijde, aan de kant van de IJzeren Man, schaftlokalen, wc's en douches voor het talrijke personeel verrijzen. Een strook groen moest die gebouwen aan het oog onttrekken, zodat het natuurschoon van het recreatieoord niet werd geschonden.
Bron: Albert Lempens
Gepubliceerd op 17 september 2026
