Wapen Bart MaesWEERT IS
VERANDERD
Terug naar het archief

1900 · Biest, Noordkade, Scheepsbouwkade, Zuid-Willemsvaart

Toen Weert nog schepen bouwde

Wie nu langs de Zuid-Willemsvaart bij de Biest fietst, ziet er niets meer van. De hoge kranen zijn weg. De loodsen en de helling zijn verdwenen. Toch stond hier bijna een eeuw lang een scheepswerf. Op deze plek liepen honderden schepen van stapel — sleepkanen, kempenaars, tankers en sleepboten die later voeren op de Rijn, de Maas en zelfs tot in Brazilië, Nigeria en Perzië.

Van houtwerf tot ijzeren schepen

Het verhaal begint klein. Al rond 1836 lag er bij de stadsbrug, aan de Noordkade, een werfje waar houten schepen werden gerepareerd. Het was gesticht door de familie Rutten uit Heijthuijsen. Op dat werfje werkte Johannes Judocus Driessens, afkomstig uit Wessem, waar men van oudsher schepen bouwde. Zijn zoon Frans had het timmervak geleerd en voelde meer voor de scheepsbouw dan voor het hout alleen.

In 1897 wist Frans zijn vader te overtuigen. Voor achttienhonderd gulden kochten zij het werfje, dat inmiddels naar de plek achter de Biesterbrug was verplaatst. Veel stelde het nog niet voor: twee houten barakken, een klein woonhuis en een kantoortje van twee bij drie meter. Maar Frans Driessens zag verder.

In 1907 werd de Zuid-Willemsvaart acht meter verbreed en moest de werf naar achteren wijken. Frans greep het moment aan om het bedrijf grondig te vernieuwen. Voortaan zou men ook ijzeren schepen bouwen. In mei van dat jaar richtte hij samen met een aantal Weertenaren en Belgen de N.V. Weerter Scheepsbouw Maatschappij op. Onder de oprichters zaten de families Kampers, Slegten, Van Aubel en Van den Bergh. Het doel was helder: het bouwen en herstellen van ijzeren en houten schepen. Frans Driessens werd de eerste directeur.

De Weerter kempenaar

De eerste ijzeren schepen waren nog bescheiden. In 1908 liep de kleine kempenaar ‘Rudolf’ van stapel, gebouwd voor een schipper uit Lithoijen. Al snel volgden de opdrachten elkaar op, uit Weert, uit de rest van Nederland en vooral uit België. In 1912 werden er twaalf schepen gebouwd. Grote Belgische rederijen bestelden hele series.

Beroemd werd de werf door de ‘Weerter kempenaar’. Dat was het volle-maatschip voor de Zuid-Willemsvaart en de Kempense kanalen: vijftig meter lang en 6,60 meter breed, ontworpen om bij een geringe diepgang zoveel mogelijk lading te dragen. Door zijn vollere vorm kon hij meer meenemen dan een gewone kempenaar. Tussen 1924 en 1931 bouwde de werf er meer dan twintig, naar eigen ontwerp. Ze golden als een record en waren nog jaren later op alle kanalen te vinden.

Crisis, oorlog en herstel

Niet alles ging voorspoedig. De werf werkte vooral voor Belgische rekening en toen de lage koers van de franc de Belgen thuishield, viel het werk stil. In 1923 kwamen tientallen mannen zonder werk. Waar eerder honderd arbeiders een bestaan vonden, werd het bedrijf tijdelijk stilgelegd. Ook de crisisjaren rond 1930 waren zwaar. Schippers hadden geen vracht en dus geen geld voor nieuwe schepen.

Rond 1930 kwam wel een belangrijke vernieuwing: het elektrisch lassen. Tot dan toe was elk schip met de hand geklonken, plaat voor plaat en klinknagel voor klinknagel. In 1932 stond het eerste lasapparaat op de werf. In datzelfde jaar kwam ook Jan Driessens, de zoon van Frans, in het bedrijf.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de scheepsbouwers aan het werk gehouden met ander werk, zoals het herstellen van bruggen. Na de bevrijding was er werk in overvloed. De Duitsers hadden tientallen schepen in de Noordervaart en de Peelkanalen tot zinken gebracht. De Weerter werf lichtte ze, sleepte halve voor- en achterschepen naar Weert en maakte ze weer heel. Ook de Biesterbrug werd hier hersteld — de eerste brug die na de bevrijding weer in orde kwam.

Het gouden jaar en het grootste schip

In 1947 vierde Frans Driessens zijn veertigjarig directeurschap. Hij trad af en werd president-commissaris. Zijn zoon Jan nam het roer over. Onder Jan kwamen er opvallende opdrachten van ver buiten Limburg. Er kwamen ankerpontons voor Billiton in Indonesië en sleepboten voor Polen en Brazilië. Zelfs Nigeria bestelde verkenningsvaartuigen. De faam van de Weerter scheepsbouw reikte tot over landen en werelddelen.

Het hoogtepunt kwam in 1957, het jaar waarin de werf haar gouden jubileum vierde. Op 28 maart liep de tanker ‘Alvracht 16’ van stapel, het grootste schip dat ooit in Weert werd gebouwd. Bijna zestig meter lang en ruim zeven meter breed schoof het gevaarte met een enorme plons het kanaal in. Het water sloeg over de dijk en het publiek aan de overkant moest haastig een droog heenkomen zoeken. In de sluis bij Panheel hield het schip aan weerszijden nog geen handbreedte over. Oud-directeur Frans Driessens mocht het allemaal nog meemaken. Een jaar later, in 1958, overleed hij op 83-jarige leeftijd.

Meer dan alleen schepen

Na de ‘Alvracht 16’ bleef de werf verrassen. In 1961 liep de sleepboot ‘Midgard 15’ van stapel, de grootste sleepboot die ooit in Limburg werd gebouwd, bestemd voor de monding van de Weser in Duitsland. Voor die tewaterlating moest zelfs Rijkswaterstaat het water in het kanaal opstuwen. Er kwamen lichters voor Perzië, tanks voor spijsolie en duwboten voor Nigeria. En in 1962 werd zelfs de boot van Sinterklaas onder handen genomen: de ‘Spanje’ die ieder jaar de Goedheiligman naar Weert bracht, werd achttien meter langer gemaakt — niet voor meer Pieten, maar voor meer lading.

Vier generaties Driessens

Bijna een eeuw lang bleef de werf in handen van dezelfde familie. Na Johannes en Frans volgde Jan Driessens, en na hem zijn zonen. Jan overleed in 1966, nog maar 52 jaar oud. Zijn zoon Frans, geboren in 1944, werd rond zijn vijfentwintigste directeur en leidde samen met zijn broer Jan de vierde generatie.

Het bedrijf was verweven met Weert en met hele families. Vaders en zonen werkten er naast elkaar en sommigen bleven een halve eeuw. Jacques Daniels vierde in 1966 zijn vijftigjarig dienstjubileum en Ber Daniels deed hem dat in 1993 na. Zij begonnen ooit als jongen bij het smidsvuur, waar de klinknagels roodgloeiend werden gestookt, en zagen het vak volledig veranderen: waar vroeger acht tot tien man een zware ijzeren plaat moesten tillen, deed later één man met een kraan hetzelfde werk.

Het doek valt

Vanaf de jaren zeventig kwam de klad in de binnenvaart. De vrachtprijzen bleven achter, de kosten stegen en er kwamen nauwelijks nog nieuwe schepen. Er vielen ontslagen en reparaties werden schaarser. Strengere milieuregels vroegen om investeringen die het kleine bedrijf niet meer kon opbrengen.

In maart 1995 lag het laatste schip in reparatie. Daarna sloot de Weerter Scheepswerf voorgoed haar poort. Volgens het oude orderboek waren er tussen 1907 en 1976 ruim honderdnegentig schepen gebouwd — van brugpontons en een stoomtrawler tot plezierjachten, spitsen, sambreschepen en kempenaars. Voor directeur Frans Driessens was het pijnlijk om het familiebedrijf te moeten sluiten.

Vandaag herinnert weinig meer aan de werf. Het behouden en herplaatsen van de Richier-Weitz hijskraan heeft 180.000 euro gekost en de kraan staat inmiddels op het terrein van Baens Metaal Techniek aan de Oude Graaf in Weert. Maar op de Rijn, de Maas en tot ver over de grens varen nog altijd schepen die hier, aan de Zuid-Willemsvaart in Weert, ooit voor het eerst te water gingen.

Film over de Weerter scheepswerf

Foto: Collectie Weertisveranderd

Woonhuis en kantoor aan de Scheepsbouwkade.Foto: Collectie Weertisveranderd
Bewijs van een aandeel van duizend gulden in de Weerter Scheepsbouw-Maatschappij. De vennootschap werd opgericht bij akte van 3 mei 1907 en had een maatschappelijk kapitaal van 100.000 gulden.Foto: Collectie Weertisveranderd
Tewaterlating van de Mastwijk op de Weerter scheepswerf.Foto: Collectie Weertisveranderd
Jubilarissen in 1947; achter iedere naam staat het aantal dienstjaren. Zittend van links naar rechts: Fried Gubbels (40 jaar), Frèns Driessens (40 jaar) en Sjang Holten (40 jaar). Staand van links naar rechts: Frits Frencken (25 jaar), Toon Everaerts (35 jaar), Pierke Daniëls (35 jaar), Frens Daniëls (25 jaar), Sjaak Daniëls (30 jaar) en Lei Op 't Roodt (35 jaar).Foto: Collectie Weertisveranderd
Een groot schip gereed voor de tewaterlating op de Weerter scheepswerf.Foto: Collectie Weertisveranderd
Kiellegging op de Weerter scheepswerf op 11 juli 1957, bouwnummer 546.Foto: Collectie Weertisveranderd

Gepubliceerd op 21 september 2026

Deel het verhaal

Kent u iemand die dit herkent?