Wapen Bart MaesWEERT IS
VERANDERD
Terug naar het archief
weertisveranderd.nl

Vanaf 1404 · Markt, Korenmarkt

Het wonderbeeld van Weert: eeuwen van hoop in de Martinuskerk

Een klein Mariabeeld maakte Weert ooit tot een bestemming voor bedevaartgangers uit een wijde omgeving. Mensen kwamen naar de Sint-Martinuskerk om hulp te vragen, genezing af te smeken of hun dankbaarheid te tonen. Rond Onze Lieve Vrouw van Weert groeide een traditie van gebeden, processies en wonderverhalen. Het bekendste verhaal gaat over Hendrina Maes, de dochter van een Weerter burgemeester, die in 1757 haar spraak zou hebben teruggekregen.

De Mariaverering in Weert heeft middeleeuwse wortels. Al in 1404 werd een broederschap opgericht die zich met de verering van Maria verbonden voelde. Onze Lieve Vrouw van Weert, ook vereerd onder de titel Onze Lieve Vrouw van Bijstand, kreeg daarmee een vaste plaats in het geloofsleven van de stad.

Een oude overlevering vertelt hoe edelman Johan Versluysen omstreeks 1450 met graaf Jacob I van Horne naar het Heilige Land trok. Voor zijn vertrek offerde hij zijn harnas aan Maria. Het werd in het Onze-Lieve-Vrouwekoor opgehangen als teken van vertrouwen in haar bescherming. Na zijn behouden terugkeer loste hij het voor twee Rijnse guldens weer in.

Het beeldje dat later als wonderbeeld bekend werd, was niet hetzelfde als het middeleeuwse exemplaar. Volgens het Meertens Instituut ging dat eerste beeld vermoedelijk tijdens de Beeldenstorm van 1566 verloren. Een laat-zestiende-eeuws Mechels beeldje van Maria met Kind, ongeveer 38,5 centimeter hoog, nam zijn plaats in.

In de achttiende eeuw kreeg de verering nieuwe kracht door berichten over bijzondere genezingen. Pelgrims kwamen uit Brabant, het Luikse land, de Kempen en het Rijnland. Op devotieprentjes werd het beeld aangeduid met de woorden ‘Miraculis decorata’: met wonderen gesierd. Zulke prentjes droegen de bekendheid van de Weerter Maria verder uit.

Het meest uitvoerig overgeleverde verhaal betreft Hendrina Maes, ook geschreven als Maas. In de oude beschrijving van de Mariaverering wordt haar vader Willem Maes genoemd als voormalig burgemeester van Weert. Een oude Gids door Weert noemt haar moeder Martha Pelmer. Volgens de historische beschrijvingen werd Hendrina in 1748 ziek en verloor zij haar spraak. Haar ouders zochten medische hulp en ondernamen bedevaarten naar onder meer Kevelaer en Scherpenheuvel, maar herstel bleef uit.

Deken Petrus Bogaerts wees het gezin uiteindelijk op het Mariabeeld in de eigen parochiekerk. Hij adviseerde een noveen: negen dagen van gebed. Hendrina en haar moeder zouden in de Martinuskerk de rozenkrans bidden, terwijl andere familieleden thuis meebaden. Er zouden aalmoezen voor de armen worden gegeven en een kaars bij het beeld worden aangestoken. Als Hendrina weer kon spreken, beloofden haar ouders bovendien een zilveren afbeelding van een tong te schenken.

Volgens het overgeleverde verslag gebeurde op 13 september 1757, de derde dag van de noveen, waarop zij hadden gehoopt. Kort voor tien uur ’s avonds, terwijl de kerk vol biddende mensen zat, begon Hendrina weer te spreken. De aanwezigen raakten diep ontroerd. Onderpastoor Van Winckel, die op het rumoer afkwam, liet haar een Weesgegroet bidden om zich ervan te overtuigen dat zij daadwerkelijk kon spreken.

Voor de gelovigen was dit een wonder op voorspraak van Maria. Het verhaal vertelt tegelijk iets over de onzekerheid waarin gezinnen bij langdurige ziekte leefden, en over de hoop die zij in gebed en bedevaart vonden.

Hendrina was niet de enige wier herstel aan Onze Lieve Vrouw van Weert werd toegeschreven. De oude beschrijvingen noemen ook Maria Prinsen uit Leuken. Het drieënhalfjarige meisje, dat niet kon staan of lopen, zou op 28 augustus 1757 bij het beeld zijn opgestaan. In 1758 volgde het verhaal van de twaalfjarige Jan van Lieshout uit Woensel. Hij zou tijdens een bedevaart zonder krukken hebben kunnen lopen. Zijn krukken bleven als dankteken in Weert achter.

Dergelijke geschenken worden ex-voto’s genoemd. Ze maakten de persoonlijke verhalen achter de verering zichtbaar. Oude votiefgeschenken, waaronder Hendrina’s zilveren tong en de krukken, werden in de Franse Tijd verborgen en later teruggevonden. Volgens Meertens zijn ze daarna alsnog verloren gegaan.

Ook in de twintigste eeuw kreeg de devotie nieuwe vormen. In 1929 werd het beeld gerestaureerd en op een vernieuwde plaats in de rechterzijbeuk opgesteld. Een glas-in-loodraam verbeeldt Hendrina’s genezing. Bijzonder is dat daarop volgens Meertens een icoon van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand is afgebeeld, in plaats van het Weerter beeldje. In september 1939 kreeg Maria bovendien een plaats buiten de kerk, met een grote stenen kopie aan de Korenmarkt.

Het oude Mechelse beeldje werd in 1974 uit de kerk gestolen. Daarna kwam er een houten kopie voor terug. Daarmee verdween een eeuwenoud voorwerp, maar de verbondenheid met Onze Lieve Vrouw van Weert bleef bestaan.

Het wonderbeeld hoort bij de geschiedenis van de mensen achter de Weerter gevels: ouders die hoopten op herstel van hun kind, pelgrims die een lange reis ondernamen en inwoners die bij Maria troost zochten. Het raam, de beeltenis en de overgeleverde verhalen bewaren hun herinnering in de Martinuskerk.

Literatuur: A.J. Mertens en J. Henkens, Schetsen uit de geschiedenis van het land van Weert (1956), hoofdstuk ‘De Maria-verering in het land van Weert’, p. 118–122.

Beeld: Aangeleverd door Bart Maes

weertisveranderd.nl
Prentbriefkaart van het Maria-altaar in de Sint-Martinuskerk. De tekst noemt het miraculeuze beeld van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. Datering onbekend.Beeld: Aangeleverd door Bart Maes
weertisveranderd.nl
Ingelijste prent van Onze Lieve Vrouw van Bijstand te Weert. Rechtsonder staat ‘Druk Smeets Weert’. Datering onbekend.Beeld: Aangeleverd door Bart Maes

Gepubliceerd op 11 oktober 2026

Bronnen bij dit verhaal

Deel het verhaal

Kent u iemand die dit herkent?