De Raad van Elf is al vroeg in het jaar druk doende om van de komende carnaval iets groots te maken met weer eens een spraakmakende ‘echte’ optocht, die alle voorgaande in de schaduw moet stellen. Intussen worden de eerste mutaties duidelijk bij de Raad van Elf: Chr. Gijsen voert voortaan het secretariaat en er worden commissies ingesteld. De optochtcommissie (met onder anderen Dorus Rooymans als lid), de commissie bals, commissie pers en propaganda (met bijna vanzelfsprekend Jo van der Velden in de gelederen) en de commissie Orde van de Rog (zeg maar financiën). Het begint dus steeds meer op een heuse organisatie te lijken. Er worden ook twee feestavonden aan het programma toegevoegd in de vorm van bals: het RogstèkersBoerenbal en het Grootprinselijk galabal. In de krant staat zelfs een kledingvoorschrift voor eerst­genoemd bal: een blauwe kiel en pet (zeeje klak) voor de mannen en voor de dames nuisdook (een grote stola). Op het prinsenbal maakt dan Prins carnaval 1939 – wie o wie? – zijn joyeuse entrée. Op de laatste optochtvergadering blijkt nog maar eens hoe carnaval in Weert leeft: bijna alle verenigingen en actieve buurtschappen blijken aan de optocht mee te doen en ook veel losloopers – door ons nu aangeduid als eenlingen. Intussen gaat de sponsoring, al dan niet via de Orde van de Rog, onverdroten verder, met name in de etalages van de Weerter middenstand waarvoor Dorus Rooymans (natuurlijk!) de pamfletten heeft ontworpen. Want, nogmaals, het moet groots worden met vastenavond in Weert! Er is heel veel aandacht voor de optocht. Maar hoe zit het eigenlijk met de Bonte Avonden, toch onmiskenbaar een van de uithangborden van het Weerter carnaval? Weert moet het in 1939 zonder doen, want voor de Raad van Elf is de optocht prioriteit nummer één.

Op carnavalszondag trekt tegen de middag harmonie St. Antonius met de Raad van Elf – in nieuwe zwart-witte mantels en bonte narrenmutsen op – naar de woning van Pierre (Joosten) d’n ieërste aan het Bassin. De erewacht en de lijfwacht hebben zich er al verzameld. Niet wat overdreven? Valt mee. Het blijkt namelijk te gaan om ruiterclub St. Martinus als erewacht (waarvan Pierre vol overgave lid is) en met lijfwacht worden zijn Adjudanten bedoeld. Pierre, niet te flauw, trakteert op champagne waarna het hele gezelschap naar het stadhuis trekt. Op het bordes wordt in onvervalscht Weertsch en onder veel gejuich van honderden enthousiastelingen de proclamatie voorgelezen en spreekt Zijne Zotheid de onderdanen toe. Samen met de Raad van Elf wordt een rondrit door dee straten van Weert op touw gezet en daarna wordt er een drukbezochte receptie bij Hotel De Engel gehouden.

Een optocht met maar liefst 35 nummers trekt op carnavals­zondag onder een stralend zonnetje vanaf de Biest door de binnenstad. Het pronkstuk – een ontwerp van Dorus Rooymans – is de wagen van de Prins met zijn gevolg. Maar ook Buurtschap Wilhelminasingel oogst veel lof voor de creatie van Den bonten dinsdagavondtrein (een toen immens populair radioprogramma) en Sneeuwwitje – van de Molenstraat – krijgt eveneens de handen op elkaar. Het is een bont, vrolijk gezelschap van wagens, groepen en eenlingen in doldwaze uitmonsteringen. Op en top Weerter carnaval! Groot pluspunt is verder dat alles zich in goede harmonie en zonder wanordelijkheden afspeelt. Opnieuw wordt het etiket ‘de allerbeste optocht’ op deze uiting van Weerter cultuur geplakt. Bij de prijsuitreiking in Societeit Amicitia verschijnt onverwacht burgemeester mr. W. Kolkman. Er heerst groot enthousiasme, zowel bij het publiek als bij de burgervader en er zijn toespraken over en weer. Daar blijft het echter niet bij. De eerste burger wordt door Vorst Zjang benoemd tot Opperste Groot-Hofmaarschalk van de Rog. De Prins en de zijnen bezoeken samen met de Raad van Elf onvermoeid nog enkele tapperijen en een heleboel carnavalisten vertrekken naar het Rogstèkersbal in de Apollozaal waar iedereen in carnavalstenue en in opperbeste stemming is. Dinsdagavond wordt voor de eerste keer een Taptoe georganiseerd met de Prins, de Raad van Elf en een ontzagwekkende menigte carnavalsgekken in allerlei gedaanten. Na een lange tocht belandt iedereen op de Markt. Vorst Zjang bedankt de Prins voor zijn inzet en de Prins zelf spreekt nog een laatste dankwoord voor de goede samenwerking in zijn rijk. Om klokslag middernacht gaat vastenavond over in de vastentijd.

Na ruim 75 jaar kun je slechts met verbazing en onbegrip vaststellen dat nergens uit blijkt dat in die dagen de burger zich realiseert – of stopte men het vooralsnog weg? – dat deze uiting van puur volksvermaak de komende periode niet meer aan de orde zou zijn, omdat Adolf Hitler met zijn Nazistische dadendrang ook Nederland niet ongemoeid zou laten.

En inderdaad, carnaval en krijgsmacht worden al in één adem genoemd in een artikel in het Land van Weert van 26 januari 1940. De R.K. Militairen Vereniging laat weten dat in het kader van vastenavond op zondag 4 februari in de zaal van de zusters Ursulinen het blijspel De Privé Verpleegster wordt opgevoerd voor in Weert gelegerde militairen. Verder staan er in deze krant advertenties van met name de horeca waarin men wordt uitgenodigd te komen dansen met carnaval. Intussen is het carnavalminnend Weert wel duidelijk waar de bui hangt, als er deze afkondiging in de kranten staat:

De Burgemeester van Weert brengt ter openbare kennis dat het verboden is gedurende de carnavalsdagen (hieronder worden verstaan 3-4-5-6 en 11 februari en 3 maart a.s.):

a) zich gemaskerd, vermomd of gekostumeerd op den weg of in inrichtingen te bevinden;
b) op den weg optochten to houden of daaraan deel te nemen;
c) op den weg muziek te maken;
d) aan houders van inrichtingen, deze na het volgens plaatselijke verorderingen geldende gewone sluitingsuur geopend te hebben;
e) zich als bezoeker in inrichtingen na het volgens plaatselijke verordening geldende gewone sluitingsuur te bevinden.

Prins
Pierre I Joosten

Adjudanten
Theo van de Laar
Harrie Kneepkens
Lei Theunissen

Medaille