Verraad van Saint Louis

In juni 1945 werd Bob Jesse (Vos) naar Weert gebracht en rondgereden op een Jeep zodat de Weertenaren hem konden zien en bespotten.

Tijdens een inval in pensionaat Saint Louis aan de Schoolstraat op 21 juni 1944 worden meerdere personen die verdacht worden van illegale praktijken, opgepakt. De inval en de arrestatie zijn het gevolg van verraad door Bob Jesse (Vos). De actie van de bezetters is voor Weert en de Weertenaren één van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Een gedeelte van het verslag over deze gebeurtenis uit de ‘Kroniek van de Tweede Wereldoorlog’ van Pierre Linssen. “De S.S. doet in groten getale een overval op het Pensionaat St. Louis. Ter plaatse wordt door de hoofden van illegale afdelingen een vergadering gehouden. Door een der medewerkers, Vos uit Amsterdam, is deze bijeenkomst aan de Duitsers verraden. De Korenmarkt, Schoolstraat, Emmasingel en belendende huizen worden bezet, waarna werd binnengetreden. Broeder overste (Clerx), 7 broeders, 3 knechten en nagenoeg alle leden der illegalen worden gearresteerd, terwijl bovendien zeer compromitterende papieren zijn gevonden De gevangenen worden onmiddellijk per overvalwagen naar Maastricht overgebracht. Gelukkig lieten de Duitsers de aktetassen met papieren in het Pensionaat liggen. Een der broeders brengt de tas met inhoud uit schrik naar het politiebureau. Inspecteur Josephs onderzoekt de inhoud en verwijdert alles wat nadelig kon zijn voor de gearresteerden en dat was zeer veel. Namen en adressen, wachtwoorden, adres waar de geheime zender stond, adres waar een geheime zender geplaatst moest worden, valse persoonsbewijzen, portretten van ondergedoken illegalen enz, Een bravo aan Josephs voor deze nobele daad.”

D.C. (Bob) Jesse (Amsterdam, 13 november 1914 – Voorhout, 20 februari 1982), in het verzet Vos genoemd, was een Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog.

In de eerste oorlogjaren was Bob Jesse betrokken bij de verzetsactiviteiten rond de Arbeiders Jeugd Centrale (A.J.C.) en het links-radicale blad ‘De Vonk’. Hij was een papierenvervalser en verschafte onder meer het Zuid-Limburgse verzet persoonsbewijzen, distributiestamkaarten en bonkaarten. Hij was tijdens de oorlog een medewerker van de Tweede Distributiestamkaart-groep (T.D.-groep).

Verraad
Door het vele werk wat hij verrichtte raakte hij fysiek en mentaal verzwakt. Bij een persoonscontrole bij Utrecht op 16 juni 1944 werd hij gearresteerd, omdat de kleur van de inkt van de vingerafdruk op zijn persoonsbewijs niet overeenkwam met de gebruikelijke. Er kwam een notitieboekje boven tafel met de tekst “Vergadering Limburg, Theo Roermond”. Onder zware dwang zwichtte Jesse en gaf hij waardevolle informatie prijs. Tijdens een vergadering van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers in Weert wordt een aantal kopstukken opgepakt. Jac Naus, Jan Willem Berix, Jan Hendrikx, Guus Hermans, W.H.M. Jansen en Jacques Knops worden samen met Jesse opgepakt en naar kamp Vught gebracht.

Op 27 juni wordt Jesse vrijgelaten om als lokaas te dienen bij de opsporing van zijn vroegere opdrachtgever T. van Vliet. Op 1 september wordt een poging door P. Loyens en W. Bergmans ondernomen om Jesse in zijn eigen huis te liquideren. Deze poging mislukt, Jesse wordt lichtgewond opgenomen in het ziekenhuis.

Na de oorlog
Direct na de bevrijding begint de zoekactie naar de verrader opnieuw. Jesse wordt gelokaliseerd en voorgeleid voor de rechtbank. De Roermondse rechtbank wees bij de argumentatie van het vonnis op het feit dat alle getuigen hadden verklaard dat Jesse zeer verdienstelijk werk had verricht in de oorlog ten behoeve van de illegaliteit en het een raadsel was waarom hij verraad had gepleegd. De rechtbank hield rekening met de lichamelijke en geestelijke conditie waarin hij zich had verkeerd. Jesse was door overmacht tot verraad gedwongen. Op 11 maart 1946 wordt Jesse van verdere rechtsvervolging ontslagen.