Al vroeg in het jaar, op 18 januari, komt Het Land van Weert met het eerste carnavalsbericht na de oorlog. Er is overleg geweest tussen het Comité voor Stedelijke feesten (CSF) en de Raad van Elf ‘om opnieuw te komen tot een behoorlijke carnavalviering’. De uitkomst daarvan: de viering wordt georganiseerd onder auspiciën van het CSF. Voor de stroomlijning tussen beide organisaties nemen enkele leden van het bestuur van het CSF zitting in de Raad van Elf.

De krant vermeldt dat er een ‘officieele’ zitting – een soort Bonte Avond – in het vooruitzicht wordt gesteld waarop afscheid wordt genomen van Prins Pierre I en waarop tevens zijn opvolger bekend wordt gemaakt. Traditiegetrouw vindt op die avond tevens de verkiezing van het carnavalsliedje plaats. Ook is er berichtgeving te lezen over het wel of niet houden van een optocht. Een weekje later vergadert het CSF in zaal El Alemein over de festiviteiten. Vijfentwintig buurtschappen zijn vertegenwoordigd. Even lijkt het erop dat de viering van carnaval een aangelegenheid is van het CSF, maar uiteindelijk wordt dit toch in handen van de Raad van Elf gelegd. Blijkens een mededeling zijn de bestuursleden J. Grein en P. Stultiens afgevaardigd naar de Raad van Elf. Om in de sfeer te komen is er maar één Bonte Avond. De recensies hierover zijn licht kritisch. Niettemin is er veel lof over het cabaret De Vroolijke Golf, met clown Huubke van den Bosch en muzikale clown Pierke Jansen, vader van de twee dochters die furore zouden gaan maken als De Selvera’s. Jan Rooymans praat de avond leuk aan elkaar en Sjors Gofers is ook weer kolderiek in zijn ceaties op de Bühne. Prins Pierre I van 1939 wordt afgelost door Frans Houben, Prins Frens d’n ieërste.

Het moet echt in die tijd worden geplaatst dat De Raad van Elf, met Prins Frens d’n ieërste in de gelederen, samen met andere Limburgse carnavalsverenigingen gekostumeerd feest gaat vieren in het Amsterdamse Hotel Krasnapolsky. Volgens een citaat van Vorst Jean moet het een gezellige boel zijn geweest die zaterdagavond en -nacht. En het is geen eenmalig gebeuren.

In onder meer Het Land van Weert wordt vermeld dat in de voormiddag van carnavalszondag Prins Frens I in de raadzaal van het stadhuis de stadssleutel overhandigd krijgt door burgemeester mr. dr. Kortmann. Ook garnizoenscommandant majoor Schouten is bij de plechtigheid aanwezig. De Prins wordt in de krant aangeduid als Zijne Dorstlustige Hoogheid en dat loopt vooruit op de huidige aanduiding. Hij wordt echter ook Vorst der dwazen genoemd, wat verwarring schept. Er zijn carnavalsonderscheidingen voor de burgemeester (Rogstaekersbloed in de aderen…), Dorus Rooymans – artistieke spil van vastenavond – en Toon Tullemans, hoofdredacteur van De Rogstèker.

De optocht op carnavalsmaandag wordt met enige scepsis tegemoet gezien. Zo kort na de oorlog is er materiaalschaarste waardoor het bouwen van goede praalwagens lastig is. En weet de jeugd na zes jaar carnavalsinertie de juiste toon wel te treffen? Bovendien is er ook nog sneeuw voorspeld. Gelukkig valt het allemaal reuze mee. De optocht doet niet veel onder voor wat Weert gewend is. Inhoudelijk vertellen de kranten overigens niet veel over hetgeen wordt uitgebeeld: de wagens zijn schitterend en tot in de finesses afgewerkt en de weinige buurtschappen die hebben meegedaan, moeten er spijt van hebben dat ze niet meewerkten aan het nog groter maken van de optocht. De stoet op de Biest komt maar moeilijk op gang omdat er problemen zijn met de verstrekking van de optochtnummers en de afstand tussen groepen en wagens is te beperkt. De organisatie had dus beter gekund; ‘een aandachtspunt voor de komende jaren’. Veel lof is er voor de Raad van Elf die erin is geslaagd de viering van carnaval weer als vanouds op poten te zetten en de bevolking weet te enthousiasmeren. Ook dinsdag is er nog volop carnaval met heel veel volk op de been, dat zich uitstekend vermaakt. De neringdoenden doen goede zaken, want men laat het geld flink rollen. De krant spreekt van ‘het opmaken van de spaarcenten van den minister’; een verwijzing naar de geldzuivering meteen na de oorlog door minister Piet Lieftinck. Een van de maatregelen daarbij was een tijdelijke blokkade van spaartegoeden. Al met al is het een hoopgevend herbegin van de carnavalsviering’.

Prins
Frans I Houben

Adjudanten
Twan van Geldrop
Louw Tullemans
Cas van den Broek
Pierre Joosten.

Raad van Elf

  1. Jean Vaessen (President)
  2. Chr. Gijsen
  3. Rooymans (prins in 1938)
  4. Joosten (prins in 1939)
  5. v.d. Broek
  6. Grein
  7. Haenen
  8. Stultiens
  9. Teunissen
  10. v.d. Velden
  11. Vincken